VERRAAD!!

Het was 1974. Meester Van de Berg was niet meer de grote man, die ik me herinnerde. Hij keek me vanachter zijn bureau vriendelijk aan. Het brilletje een beetje naar voren op zijn neus. “Zo Herman! Wil jij ook meester worden en nu kom je bij mij op school als stagiair ? Het kan toch raar lopen.” Na vele jaren was ik weer terug op mijn vroegere lagere school. Nu niet als leerling maar als P.A. student.

 Meester Van de Berg was na al die jaren nog steeds het hoofd der school. Maar hij was zoveel kleiner dan de man, die het kind Herman voor ogen had gehad. Terwijl hij me naar mijn mentor bracht en we samen door de gangen van het sterk verouderde gebouw liepen, zei hij opeens: „ Ik kan me jou nog goed herinneren, Herman. Jij was onze pyromaan in de dop.” Hij grinnikte er een beetje bij. Ik kreeg er een kleur van. Hij wist het nog. Na zoveel jaren wist hij het nog!

 „Ja, Herman. We hebben jou toen nog eens betrapt met een grote, dubbele fietstas vol met doosjes lucifers. Samen met collega Van Wijnen hebben we dat zaakje tot op de bodem toe uitgezocht. Kun je het je nog herinneren, Herman?” Ik kon het me nog heel precies herinneren.

Ik kreeg, toen ik in de vierde klas zat, elke week van mijn ouders het lieve bedrag van 5 cent aan zakgeld. Ik mocht zelf weten wat ik daar mee wilde doen. Sparen hoefde niet. Nee, dit bedrag was bedoeld om met geld te leren omgaan. Maar ja, wat kan een kind, dat alles al heeft, nu bedenken om te gaan kopen? Ik kwam al snel op het meest spannende, dat ik kon bedenken. Ik wilde een doosje lucifers! Die mocht ik immers nooit vasthouden. Dat was alleen voor volwassenen.

Na een paar verkenningsbezoeken aan de sigarenboer op de dijk, ontdekte ik, dat een doosje lucifers 3 cent kostte. Luxe probleempje dus. Ik kreeg er vijf! Zo kwam het, dat ik de ene week één doosje ging kopen en de week daarna kocht ik er twee. Wekenlang ging dit proces zo voort. Elke keer weer was de zaterdagmiddag het spannendste hoogtepunt van de week.

De sigarenboer vroeg nooit wat dat jochie van een jaar of negen nu met die lucifers ging doen. Hij had het altijd druk met de andere klanten. De doosjes lucifers bewaarde ik in de fietstassen van mijn fietsje. Een dubbele, grijze fietstas hangend aan mijn blauwe kinderfietsje was mijn veilige kluis. Af en toe liep ik naar de fietstassen om heel voorzichtig mijn „schat” te bewonderen. Ik deed er verder helemaal niets mee. Een lucifer afstrijken kwam niet bij me op. Dat mocht immers niet! Ik mocht geen fikkie steken. Alleen het bezit van deze verboden schat was voor mij genoeg.

En toch had ik diep van binnen de enorme behoefte om mijn geheim met iemand te delen. Veel vriendjes had ik niet. Maar elke dag liep ik het laatste stuk van huis naar school een eindje op met Thomas Vink. Hij was het zoontje van de drogist. Hem vertrouwde ik nog het meest. Na lang wikken en wegen vroeg ik hem op een bepaalde ochtend of hij een geheim kon bewaren. Natuurlijk kon hij dat. Ik toonde hem de beide overvolle fietstassen. Zijn mond viel open . Maar hij zei niets.

Diezelfde ochtend, tijdens het speelkwartier, kwamen meester Van Wijnen en meester Van de Berg op me af. „ Herman Stel! Kom jij maar eens met ons mee! Laat maar eens zien wat jij in je fietstassen hebt!” Ik was verraden. Mijn eerste deuk in het vertrouwen in de medemens was een feit.

De brief, die ik mee kreeg voor mijn ouders brandde in mijn jaszak.

„Jij had wijze ouders, Herman,” zo hernam meester Van de Berg, terwijl we bij mijn mentor aankwamen. “Ze hebben er geen drama van gemaakt. Ik kreeg gewoon een briefje terug met de opmerking, dat kinderen nu eenmaal wel eens ondeugend zijn en dat jij door de schrik al wel genoeg was gestraft.”

Hij knikte nog eens naar me. “ Veel plezier hier in je stagetijd! En als je me nodig hebt, dan weet je me te vinden.”

Gepubliceerd door hermanstel55

Ik ben gepensioneerd directeur van meerdere basisscholen in het westen van ons land. Mijn werk heb ik meer dan 44 jaar met heel veel plezier en enthousiasme uitgevoerd. Op het fanatieke af. Ik heb veel veranderingen in het onderwijs moeten meemaken. En de meeste waren helaas geen verbeteringen. In mijn meer dan 44 jaar ‘in het onderwijs’ heb ik mijn ooit zo prachtige vak totaal kapot zien gaan. Momenteel besteed ik een deel van mijn vrije tijd aan het werken als vrijwilliger bij het Rode Kruis. Begonnen als chauffeur en hulpverlener op de bekende Rode Kruis bus en een poosje lid van het Dagelijks Bestuur van onze afdeling, heb ik mij een poos bezig gehouden met de opzet van een rijopleiding voor nieuwe chauffeurs op de rolstoelbussen en voor het Covid vervoer. Zeer afwisselend werk en af en toe doet het mij zelfs weer denken aan aspecten van mijn vroegere werk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: